Zeewolffilets met boter- en citroensaus, wortel en Saison d’Erpe-Mere 

Ingrediënten voor vier personen:

4 zeewolffilets, elk 125 gram, of filets van een vergelijkbare stevige vissoort

150 gram (winter)wortel, geschraapt, in dunne plakjes

5 eetlepels zonnebloemolie

4 tot 5 eetlepels roomboter

1 eetlepel (riet)suiker

2 eetlepels bloem

3 eetlepels vers citroensap

2 eetlepels fijngeknipte bladpeterselie

peper uit de molen en zout naar smaak

Bereidingswijze:

De zeewolffilets met weinig zout bestrooien en kort laten rusten. Twee eetlepels olie in een wok of koekenpan verhitten en de plakjes wortel roerbakken. Tegen het einde van het roerbakken de (riet)suiker erdoor roeren, nog kort al roerende verwarmen en warm houden. In een sauspannetje op de laagste hittebron de boter laten smelten  en bij beetjes het citroensap erdoor kloppen.  Goed kloppen en op smaak brengen met peper uit de molen en zout. De zeewolffilets met weinig bloem bestrooien. Drie eetlepels olie in een koekenpan met antiaanbaklaag verhitten en de filets om en om lichtbruin bakken. Af en toe omkeren. De warme zeewolffilets met de boter- en citroensaus en met de plakjes wortel  serveren.  Met fijngeknipte bladpeterselie garneren. Een goed gekoeld glas Saison d’Erpe-Mere van 6,5 vol%  erbij serveren. De aangename citrus toets en de aangename droge,  subtiele afdronk komen goed tot hun recht bij de boter- en citroensaus en vormen een aangenaam contrast met het zoetje van de wortel.

Han Hidalgo (www.biercuisine.nl)